Taal

Vertraagde taalontwikkeling

Er is sprake van een vertraagde taalontwikkeling wanneer een kind op taalgebied achterblijft of negatief afwijkt in vergelijking met leeftijdsgenootjes.

Bij een vertraagde taalontwikkeling kunnen zich problemen voordoen in het taalbegrip, de taalvorm, de taalinhoud en/of het taalgebruik. Bij problemen in het taalbegrip vindt het kind het moeilijk om de taal te begrijpen. Bij problemen in de taalvorm blijven zinnen kort en niet goed opgebouwd. Bij problemen in de taalinhoud kan er sprake zijn van een kleine woordenschat en is het begrijpen en vertellen van verhalen moeilijk. Er wordt vaak over dezelfde bekende onderwerpen gepraat. Het is moeilijk om rekening te houden met wat de ander al weet. Bij het spreken zijn vaak stopwoorden, denkpauzes of herhalingen in de zinnen hoorbaar. Daarnaast kan er sprake zijn van woordvindingsproblemen. Bij problemen in het taalgebruik zijn er problemen met het gebruiken van taal in het dagelijks leven en zijn er moeilijkheden met bijvoorbeeld beurtgedrag, luisteren en oogcontact.

Een vertraging in de taalontwikkeling geeft problemen: het kind kan zich niet goed uiten en wordt door de omgeving niet begrepen. Dit kan tot gedragsproblemen leiden: het kind wordt opstandig en driftig als het niet begrepen wordt of het gaat zich juist steeds meer terugtrekken. Ook het leren op school kan moeizamer verlopen.

Wat doet de logopedist?
De logopedist verzamelt zoveel mogelijk informatie over de taalontwikkeling van het kind. Dat begint bij een eerste gesprek met kind en ouders. Tijdens het eerste gesprek wordt onder meer duidelijk wat de hulpvraag is, wat de achtergrond van het kind is en wat ouders zelf hebben gedaan om de taalontwikkeling te stimuleren. De taalonderzoeken worden veelal afgenomen met gestandaardiseerde testen. Met deze testen wordt het talige niveau van een kind in vergelijking met zijn leeftijdsgenootjes bepaald. Er kan onderzoek verricht worden naar het taalbegrip, de taalproductie (woorden en zinnen), communicatievaardigheden en auditieve vaardigheden. Naar aanleiding van de uitslagen van de taalonderzoeken en verzamelde informatie wordt een diagnose gesteld. In overleg met de ouders wordt een plan gemaakt om zo gericht mogelijk aan de taalontwikkeling te kunnen gaan werken. Er bestaan verschillende therapievormen, waaronder de indirecte en de directe therapie. Bij de indirecte therapie wordt aan ouders door de logopedist uitgelegd hoe ze hun kind het beste kunnen helpen. De ouders leren hoe ze in allerlei dagelijkse situaties extra aandacht aan de taal van het kind kunnen besteden. Bij de directe therapie werkt de logopedist met het kind. De logopedist werkt aan de opgestelde behandeldoelen. Samenwerking met de ouders is uiterst belangrijk. Ouders worden nauw bij de behandeling betrokken, zodat de taalontwikkeling ook thuis goed gestimuleerd kan worden en het kind de kans krijgt om de taal zo goed mogelijk te kunnen ontwikkelen. Daarnaast is het zinvol om samen te werken met leerkrachten en andere behandelaars, zodat het kind in verschillende situaties kan oefenen. Behandeling van een vertraagde taalontwikkeling leidt vaak tot een betere communicatie en sociaal-emotionele ontwikkeling.

Meer informatie over vertraagde taalontwikkeling: www.kindentaal.nl